Hoe kom ik bij mijn ziel?

De ziel ontsluierd 2 – hoe kom ik bij mijn ziel?

Zoals ik eerder vertelde ga ik ervan uit dat ik mijn ziel ben en een lichaam heb. De vraag is: hoe kan ik me meer bewust worden van mijn ziel? En welke ‘heilige huisjes’, dat wil zeggen welke vastgeroeste overtuigingen, moet ik daarbij omverwerpen?

Van beleving via religie naar een nieuwe dimensie
Zoals vele anderen stelt dr. Carl G. Jung, grondlegger van de analytische psychologie, dat deze bewustwording niet lukt via denken, maar via voelen en ervaren. In de blog Crisis als kans beschrijf ik uitvoerig hoe professor Jung zelf tot meer beleving en contact met de verticale dimensie is gekomen tijdens een diepe persoonlijke crisis. Dat lukte hem via:

  • ervaringsgerichte activiteiten, die hij aanduidt als ‘spelen’: het ondernemen van iets waar je vroeger blij van werd (hij bouwde zelf o.a. huisjes en dorpen)
  • yoga (lichaamswerk), zodat hij zijn emoties leerde beheersen en een soepeler lichaam én geest kreeg
  • het ontwikkelen van symbolisch bewustzijn (actieve imaginatie, dromen, meditatie, betekenisvol toeval) om te begrijpen welke betekenisvolle signalen zijn onbewuste naar hem zond als richtingwijzer
  • door alle delen van zichzelf (de positieve en minder positieve) te leren kennen, accepteren en integreren als waardevolle onderdelen van zijn wezen (psychosynthese) en
  • door contact te zoeken en te onderhouden met ‘iets hogers’: het aanvaarden dat er iets ongrijpbaars is dat hem overstijgt, de verticale werkelijkheid, dat zijn bevattingsvermogen tot dan toe te boven gaat.

Zijn ingrijpende persoonlijke ervaringen resulteerden in zijn succesvolle therapeutische werkwijzen en in het inzicht dat íeder mens deze weg van ontwikkeling uiteindelijk gaat. Wat mij daarbij opviel was dat Jung psychologie nooit los zag van religie. In zijn boek Psychologie en religie stelt hij dat levensvragen die mensen van boven de 45 jaar hebben, in de kern in 100% van alle gevallen religieus van aard zijn.

Denken voorbij westerse kaders: de energetisch dimensie
Wat mensen volgens hem belemmert in het contact met de verticale werkelijkheid, met iets hogers, is de trauma’s die zij opliepen door dogma’s en andere (opgelegde) overtuigingen, onder meer over het ongeziene en over de capaciteiten van de mens in relatie tot het goddelijke. De Nederlandse godsdienstpsychologe Aleid Schilder schreef daarover zeer interessante boeken. Het verruimen van ons bewustzijn en contact maken met onze ziel lukt ons alleen als we onze geest openen en denken buiten de traditionele westerse kaders.

Onder andere Rudolf Steiner, Helena Blavatski en Paramahansa Yogananda brachten begin twintigste eeuw de oosterse kennis over meditatie, energieleer en de energetische lichamen van de mens naar het westen. Dr. Steiner, grondlegger van o.a. de antroposofie, de biodynamische landbouw, de vrije scholen en cosmeticabedrijf Weleda, hield tijdens zijn leven circa 6000 voordrachten, waaronder een groot deel over bewustzijn en de werking van energie. Waar meditatie, energiewerk en de aura- en chakraleer in het oosterse denken al millennia zijn ingebed -van ministeries, het onderwijs tot de gezondheidszorg-, beginnen deze in het westen nu pas in beeld te komen als onderdeel van ons wezen, van onze gezondheid en van onze persoonlijke ontwikkeling. Steiner zag het integreren van deze oosterse kennis in het westen als een tussenstation, die de westerse mens zal brengen bij het esoterisch christendom. Ik sprak daarover al eerder.

Oost en west
Zowel de kundalinileer in de oosterse spiritualiteit als het esoterisch christendom in het westen bieden de mens volgens Steiner een weg om in contact te komen met je ziel. Esoterisch betekent ‘innerlijk’ en gaat uit van het opdoen van kennis van je hart, van liefde, van ervaren. Uitgangspunt van beide leren is onder meer jezelf geestelijk en lichamelijk zuiveren: o.a. gezond biologisch eten, leven in overeenstemming met de natuur, je ontdoen van opgedane complexen, je levensmissie ontdekken en ten uitvoer brengen, het goede doen voor anderen en de wereld, je bewust worden van jezelf als onderdeel van een goddelijk geheel, je verschillende lagen als mens ontdekken en de consequenties aanvaarden van reïncarnatie.

De christusimpuls, die zoals ik eerder vertelde ook bekend staat als de impuls van onvoorwaardelijke liefde, is een centraal thema binnen het esoterisch christendom. Ze wordt gezien als de drijvende kracht achter elke persoonlijke ontwikkeling en als onderdeel van onze verbinding met onze ziel en met de oerbron. Datgene wat bezielt, waarmee je je verbindt als je bezield raakt en de energie die je uitstraalt als je bezield bent. Nu stelde Einstein, degene waar ik mijn inspiratiereis mee begon, de formule E = MC² op. Dé formule voor de werking van energie. Daarbij staat de C voor de snelheid van het licht. Of zou hij stiekem de Christusimpuls hebben onderzocht…? 😉

De cirkel is rond
Nu ik weer terug ben bij Albert Einstein en de cirkel van mijn interesse voor Jezus Christus, de christusimpuls, symbolisch bewustzijn, de ziel, de werking van energie en zelfliefde rond is, eindigt bijna mijn verhaal over mijn zoektocht naar ziel en zin. Want toen ik doorkreeg dat mijn oude religieuze overtuigingen over de mens en het goddelijke mij beperkten, kon ik ook in mezelf toelaten dat persoonlijke ontwikkeling samenhangt met het waarnemen van energie. Dat ik door het waarnemen van energie niet één of andere heks of duivels type was, maar dat dat een onderdeel van iedereen is en een belangrijk onderdeel van mijn wezen. Mijn zelfveroordeling en zelfafwijzing namen daardoor af.

Ik merkte verder dat naarmate het contact met mijn ziel, mijn ‘zelf’, ‘de ander in mij’, verbeterde, de positieve energie in mijn lichaam toenam en dat ik makkelijker met complexen aan de slag kon. Ook zag ik in dat mijn medicatievergiftiging een symbool was voor het niet voedend zijn van mijn oude werk en mijn leefstijl voor mijn ziel. Fysiek energetisch begreep ik dat het vele bloedverlies, de toegediende niet-lichaamseigen stoffen en de operatie die ik had ondergaan niet alleen mijn fysieke balans hadden verstoord, maar ook maakten dat ik in één keer heel erg ‘open’ kwam te staan. Daardoor werd ik zowel geestelijk als lichamelijk veel gevoeliger. Maar het mooie is dat de beperkingen in eten en drinken die ik kreeg feitelijk bijdroegen aan mijn persoonlijke ontwikkeling, liefde voor mezelf en mijn levensmissie, omdat ik heel gezond ging leven.

Eind goed al goed zou je denken
Hoewel het natuurlijk fantastisch is om je te ontwikkelen naar minder onrust, meer beleving, tevredenheid, dankbaarheid, verbinding, vitaliteit en meer onvoorwaardelijke liefde, is een disclaimer op zijn plaats: bij elke ontdekkingstocht naar ziel en zin is het belangrijk om met beide benen op de grond te blijven. Daarover lees je tot slot van mijn inspiratiereis in een laatste blog meer.