De ziel

Je leest er op deze website wel meer over: de ziel. De jonge ziel, de groei van de ziel, de godsgeboorte in de ziel, etcetera. Wat is een ziel?

De filosofen dr. Hein van Dongen en dr. Hans Gerding stellen in hun boek Het voertuig van de ziel: “In allerlei talen bestaan woorden die we zowel met ‘ziel’ als met ‘adem’ of ‘wind’ zouden kunnen vertalen, zoals ‘ruah’ (Hebreeuws), ‘pneuma’ (Grieks), ‘spiritus’ (Latijn), ‘prana’ (Sanskriet) en ‘anima’ (Latijn voor ‘wind’). De term voor de adem, dit lichamelijk waarneembare proces zonder welke een mens ogenblikkelijk sterft, is in deze oude talen dus ook een aanduiding voor een levenbrengend beginsel in de mens.

Die vitaliserende kracht werd van oorsprong waarschijnlijk op de een of andere wijze als stoffelijk voorgesteld. De moderne talen staan bol van metaforen die psychische processen in fysische of lichamelijke termen beschrijven, variërend van woorden als ‘bevatten’ en ‘begrijpen’ tot termen als ‘energie’, ‘vibraties’, ‘power’, ‘golflengte’, ‘trillingsniveau’, die aan veel alternatieve therapieën een wat materialistische ondertoon geven. Terwijl dit voor sommige mensen alleen maar beeldspraak is denken anderen dat zulke energieën letterlijk bestaan, op een meetbaar, stoffelijk niveau. (…) In de tijd dat er voor het eerst over subtiele materie gesproken werd, had men wellicht niet kunnen vermoeden dat de mens ooit door zou dringen in de wereld van ultramicroscopische materie, of in de wereld van onzichtbare fysische krachten als straling. Toch bedoelt men met ‘fijnstoffelijkheid’ niet een fijnere vorm van hetzelfde, maar men bedoelt iets geheel anders. Het gaat dus niet om processen die alleen in kwantitatieve zin geringer of fijner zijn dan de voor iedereen zichtbare materiële werkelijkheid, maar om een kwalitatief ander soort materie, die buiten de bekende ‘grove’ vormen van stof valt.”

De schrijvers onderscheiden in de wereldliteratuur namen als ether, etherisch lichaam, stralend lichaam, magnetisch lichaam, subtiel lichaam, mentaal lichaam, astraallichaam en mentaal lichaam. En constateren ook dat begrippen als ziel, geest, mind, psyche en bewustzijn door vele hedendaagse filosofen en onderzoekers door elkaar worden gebruikt en dat er geen eenduidige terminologie bestaat.

Dr. Daniël van Egmond schrijft in De wereld van de ziel: “De ziel begrijpt de taal der symbolen. (…) Zij is dynamisch, voortdurend in beweging én draagt de kwaliteiten goedheid, schoonheid en waarheid in zich. (…) In onze moderne wereld zijn veel mensen ervan overtuigd dat de ziel niet bestaat. Waar men toch over de ziel spreekt, wordt zij meestal vereenzelvigd met de psyche. Oude mythen en verhalen leren ons wat de ziel is: zij is dat aspect van ons bestaan dat min of meer onsterfelijk is. Zij behoort tot een ander niveau van werkelijkheid dan de fysieke wereld.”

Duidelijk is dus wel, dat al sinds mensenheugenis wordt aangenomen dat er ‘iets’ is, dat als ziel kan worden aangemerkt. Volgens Van Egmond leven er mensen zonder ziel: “Daar waar de ziel verdwenen is, zijn we onze oriëntatie kwijtgeraakt en ontstaat er een niet te bevredigen verlangen en onrust. We zijn dan nog uitsluitend gericht op deze wereld van ruimte en tijd. Zolang we niet weten dat er een verticaal niveau van werkelijkheid bestaat waar de ziel haar domein heeft, zullen alle oplossingen voor deze onrust schijnoplossingen blijven.” De ziel is in deze opvatting een onderdeel van ons wezen, waardoor we rust en innerlijke groei kunnen bewerkstelligen. Is de ziel ons ‘ontglipt’ door onze manier van leven, dan ontstaat onrust.

Veel andere schrijvers benadrukken ook het onsterfelijke aspect van de ziel. Als de ziel het onsterfelijke deel van onszelf zou zijn, dat voort bestaat als ons lichaam overlijdt, hoe staan wij dan in contact met onze ziel? Hoe kunnen wij onze ziel waarnemen en groeien in innerlijk leiderschap?

In het volgende stukje, De ziel ontsluierd deel 1, wat is de waarheid, ga ik daar verder op in.

Share this Post