De zin van kwaad en lijden (I)

Waarom overkomt mij dit? Waar heb ik het aan verdiend? Wat heb ik verkeerd gedaan om zoiets op mijn pad te krijgen? Ik hoor deze vraag regelmatig als iemand een ernstige ziekte krijgt, een kind verliest, als iemand is ontslagen of lijdt onder een ander groot verlies. De waarom-vraag.

Waarom? Job vraagt het zich in het gelijknamige Bijbelboek af, wanneer hij speelbal wordt van Satan (Hebreeuws voor ‘de tegenstander’, ‘valse raadgever’) en God hem in de steek lijkt te laten. Job wordt gepresenteerd als een rechtschapen en onberispelijk mens, met groot ontzag voor God. Hij is de aanzienlijkste man van het Oosten, die wijsheid, een vrouw en 10 kinderen, goederen, dieren en bedienden heeft. Satan stelt dat Job niet zonder reden trouw is aan God. God beschermt Job immers. Maar als Satan toestemming krijgt van God om Job te ruïneren en Job zijn kinderen, dieren en knechten sterven, zijn bezit wordt geroofd en alles aan hem ontvalt, blijft Job God trouw. Job scheurt zijn kleren, scheert zijn hoofd kaal, werpt zich in het stof en zegt o.a.: “De Heer heeft gegeven, de heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.”

Satan komt opnieuw bij God en God wijst hem erop dat hij God ertoe heeft aangezet Job zonder reden te gronde te richten, maar Job hem desondanks trouw is gebleven. Dat komt volgens Satan omdat alleen zijn bezit is vergaan. Als zijn lichaam wordt aangetast zal Job God ongetwijfeld vervloeken. God staat toe dat Jobs lichaam van boven tot onder met kwaadaardige zweren wordt bedekt en Job balanceert op het randje van de dood. Maar hij blijft onberispelijk en zegt: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?”

Drie vrienden waken bij Job, zeven dagen en nachten. Niemand zegt iets. Zij symboliseren de leegte, de depressie die ontstaat door het aanhoudend lijden. Daarna komt de boosheid. Job vervloekt de dag van zijn geboorte, hij veracht zijn bestaan en hij uit zijn grote verdriet, onverdraaglijke pijn en angst. Zijn ‘vrienden’ reageren. Zijn zij de stemmen in zijn hoofd? Ze houden Job o.a. voor dat hij toch gezondigd moet hebben, want niemand is zonder zonden, zelfs de engelen niet, dat hij zijn inzicht moet opdoen bij zijn voorouders en dat God nu eenmaal afdwingt wat hij wil. Job beklaagt zich tegen zijn ‘vrienden’, deze stemmen, dat hij geen steun of wijsheid van hen ervaart, maar hun woorden beleeft als martelingen. Hij wil zijn daden verdedigen tegenover God en vertrouwt op een getuige en pleitbezorger in de hemel voor hem. Job concludeert, na drie dialogen met zijn ‘vrienden’ en een beschouwing over wijsheid, dat ontzag voor de Heer wijsheid is en het kwaad mijden, inzicht betekent. Hij heeft als het ware zijn zonden overdacht en vraagt God om te antwoorden op zijn lijden.

Plotseling is daar een vierde ‘vriend’, Elihu, die er blijkbaar al was, maar zich niet heeft uitgesproken. Elihu staat symbool voor de universele wijsheid, de Heilige Geest of godsvonk in hem, het Christusbewustzijn dat ontluikt in Jobs hart, en Job sterkt: “God antwoordt wel, op meer dan één manier, alleen merkt de mens het niet op. In de dromen en visioenen van de nacht (…) opent God de oren van de mens en laat hem schrikken (…) om hem af te houden van een slechte daad, om hem voor hoogmoed te vrijwaren.” Elihu moedigt Job aan zijn boosheid te laten varen en niet te denken in termen van oorzaak en gevolg, goede daad en beloning. Hij zegt dus: God is er wel, maar je ziet hem nog niet, omdat je op een andere manier moet luisteren. “Hij laat de goddelozen niet in leven (…) God redt echter de vertrapten, door ellende, tegenspoed opent hij hun de ogen.”

Elihu doelt hiermee op de wijsheid die kan ontstaan vanuit diepe tegenslag. Hij spreekt niet over de ene groep (goddelozen) tegenover de andere (de vertrapten), maar op de weg die elk mens kan gaan bij verlies: iemand kan God, liefde, verdieping, ontdekken door zijn vertraptheid. Elihu sluit af: “Daarom hebben de mensen ontzag voor hem; hij ziet niet om naar wie zichzelf voor wijs houdt.” en zegt daarmee dat God zich openbaart aan degenen met een open hart, aan wie zich realiseert dat hij niets weet.

Aansluitend aan dit inzicht spreekt God zelf ‘vanuit een storm’. Hij ontvouwt zijn grootsheid en Jobs nietigheid: “wil je mij schuldig verklaren en zelf vrijuit gaan? Is jouw arm zo sterk als die van God” Dat zijn voor mij twee belangrijke vragen: in hoeverre kun je zelf bijdragen aan het voorkomen van lijden? Kun je door liefdevol en zonder zonden te leven aan lijden ontkomen? En in hoeverre kun je je eigen wezen overzien tegenover de grootsheid van de schepping, met alle krachten die zich erin bevinden? Door deze woorden realiseert Job zich dat hij ‘onaanzienlijk’ is, hij is een klein element in het onkenbare geheel: “Ik leg mijn hand op mijn mond. Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer, tweemaal – en doe er het zwijgen toe.”

Job leert nu zichtbaar iets. Hij zegt: “Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.” In zijn lijden realiseert hij zich dat hij zo weinig weet. Hij hield voorheen weliswaar rekening met Gods wetten, leefde zuiver en gaf om zijn naaste. Maar nu heeft hij God zelf ervaren! En ook al ziet hij de zin van zijn lijden niet in, hij groeit daar enorm door. Hij accepteert dat hij onderdeel is van een groter plan, dat hij niet kan overzien. En hij weet nu dat het mogelijk is om op andere manieren naar God te luisteren en om daadwerkelijk een verbinding met God te hebben, in plaats van alleen in alle zuiverheid voor God te leven.

Leed kan dus inzicht geven, waarmee iets kan worden gedaan in de rest van ons leven. Waarschijnlijk geeft het ons materieel niet hetzelfde resultaat als Job: hij herstelt en wordt dubbel zo welvarend als vroeger, kreeg 10 nieuwe kinderen -weer zeven zonen en drie dochters- en leefde nog 140 jaar. Maar als we niet stranden in verbittering en open staan voor het nog onbekende, kunnen we spiritueel wel dubbel zo welvarend worden. Er kan liefde ontstaan die is gezuiverd van angst, onderscheidingsvermogen voor wat er werkelijk toe doet en een veelkleurige uitstraling kan ontstaan; iemands ‘true colors’ kunnen gaan schijnen. En laat dat nu net de betekenis zijn van de namen van Jobs nieuw geboren dochters Jemimah, Kesia en Keren-Happuch.

Share this Post