De innerlijke reis

Na de geboorte van onze kinderen en een daarmee samenhangende traumatische ervaring, begon een nieuw hoofdstuk van mijn leven. Ik ontwikkelde me op andere vlakken dan het juridisch en bestuurlijke en betrad de wereld van de psychologie, religie en spirituele groei. Ik ontdekte dat ik al van jongs af aan iets met Jezus Christus had. Hier vertel ik waarom dat voor mij relevant was voor mijn ontwikkeling.

De verhalen die ik in de kerk en op school over Jezus hoorde fascineerden mij enorm. Zijn helende gaven, de diepe kennis van het leven, de manier waarop hij mensen inspireerde. Daarom vond ik als kind bidden voor het slapen gaan geweldig (voor hoe meer mensen, hoe beter), bedacht ik hoe ik anderen kracht zou kunnen geven en zong ik uit volle borst zelfverzonnen Jezus-liedjes op de schommel in onze achtertuin.

Deze liefde bekoelde in mijn tienerjaren een beetje. Omdat ik het gevoel had dat ik in de kerk niet de essentie hoorde waar ik naar zocht. Ik had een grondige hekel aan negatieve boodschappen en van sommige dingen wist ik diep van binnen dat ze anders waren. Ik wist alleen niet hoe ik dat wist, maar mijn gevoelens daarover waren heel sterk. Na twee meningsverschillen over hoe om te gaan met religie rond mijn twaalfde jaar was het voor mij klaar en kregen sport en mijn puberleven de overhand. Ik ging niet meer naar de kerk.

Maar ik voelde me zeer zeker verbonden met het heilige en op meerdere momenten kwam ook Jezus weer prominent in mijn leven ‘te voorschijn’. Kort nadat mijn schoonmoeder was overleden in 2004, zag ik onder de douche ineens een beeltenis voor me van een man met een steekwond in zijn zij, schuin voor, bij zijn buik. Het opvallende was dat deze man naar zijn bloedende wond wees en er uitermate gelukzalig bij keek. Er flitste door mijn hoofd: ‘Als mensen liefdevol reageren wanneer hen iets ergs overkomt, dan stopt de strijd’. Omdat het voor mij een heel betekenisvol beeld was -sommigen noemen het een visioen- moest ik er iets mee. Ik dacht aan wat mijn schoonmoeder tegen me zei vlak voor ze overleed: “waarom spreek je je niet wat vaker uit?”. Dat was nadat wij als (schoon)kinderen aan haar sterfbed met de dominee in gesprek waren geweest over leven en dood. Door deze omstandigheden (betekenisvol beeld en opmerking) werd bij mij het idee geboren om politiek actief te worden, met als doel om iets te betekenen voor wereldvrede. En ‘aldus geschiedde’, ik werd politiek actief.

Een decennium later, een avondstudie bestuurskunde en tien jaar politieke ervaring rijker, ging ik mijn juridische studieboeken wegbrengen. De politiek had ik vaarwel gezegd en mijn focus lag nu op zelfinzicht en vitaliteit. Mijn leven had een andere wending gekregen met twee kleine kinderen en een kennismaking met de afgronden van het leven. Aangekomen in de lokale kringloopwinkel viel mijn oog op een schilderijtje van de opgestane Christus die aan zijn discipelen zijn wond laat zien. Meteen had ik een herbeleving: was het Jezus die ik in de douche had gezien?! En er vielen puzzelstukjes op zijn plaats.

Dit laatste avontuur kwam niet helemaal onverwacht. Het paste. Een paar jaar daarvoor was mijn interesse voor Jezus namelijk ook weer aangewakkerd. Mijn vriendin Mies vertelde toen dat er zoiets als een Christusimpuls of Christusenergie actief kon zijn in een mens. Omdat ik beter wilde begrijpen wat ze bedoelde en zij kort daarop overleed, begon voor mij een heuse speurtocht naar de Christusenergie. Allerlei gebeurtenissen kwamen mooi bijpassend in mijn leven voorbij. Ik realiseerde me dat ik bijna alleen met mijn hoofd had gewerkt, dat ik mijn hart en ziel had verwaarloosd en dat ik -ruimdenkend als ik mezelf al vond- toch in hokjes had gedacht.

Met een hervormde moeder en een katholieke vader was ik al redelijk wars van religieuze kaders. Maar al snel vroeg ik me af of mijn christelijke God misschien dezelfde is als de kracht die de groei van de ziel mogelijk maakt in onder meer het boeddhisme, hindoeïsme, in de antroposofie en bij de rozenkruizers. Of deze goddelijke energie misschien de drijvende kracht achter de natuur kon zijn, de natuur zelf en een diepere waarheid achter onze wetenschappelijke, rationele kennis. Onvoorwaardelijke liefde.

Deze veranderingen in mijn levensvisie stimuleerden me om verder te zoeken. In het levensverhaal van Jezus leerde ik de symboliek van de Griekse en Latijnse goden en de Egyptische mysteriewijsheid herkennen. Ook stuitte ik erop dat al duizenden jaren bekend is dat er een innerlijke weg bestaat om je eigen goddelijkheid te hervinden. Dat betekent niet dat jezelf met God wil meten. Maar dat je je leven zo gaat inrichten, dat je kan groeien in onvoorwaardelijke liefde en universele wijsheid. Je zou het het ontwikkelen van innerlijk leiderschap kunnen noemen. Ik besloot dat ik die weg wilde gaan. Een ontdekkingsreis waarvan het pad steeds helderder werd, met als doel het krijgen van zelfkennis, ook wel kennis van het hart, gnosis of universeel weten genoemd.

Hoe dat verder gaat, lees je in het stukje Christusimpuls.

Share this Post