Oosterse wijsheid

Oosterse landen gaan uit van een uitgebreider mensbeeld dan hier in het Westen algemeen bekend is. Daar speelt het energiesysteem van de mens een belangrijke rol bij gezondheid, geneeswijzen en ontwikkeling. Het lijkt soms alsof deze kennis recent voor het eerst via yoga- en meditatiescholen Europa binnenstroomt. Maar dat is niet zo. Deze kennis is hier ook al duizenden jaren bekend. Het bewijs hiervoor vinden we in een heel oud historisch geschrift dat wij waarschijnlijk allemaal kennen: de Bijbel. Hieronder laat ik voorbeelden zien van plekken waar je die wijsheid over het energielichaam van de mens terugvindt in de Bijbel.

Oosterse energieleer
Eerst een korte uitleg over de Oosterse energiewetenschap. Die kan heel beeldend worden gemaakt via de uit India afkomstige kundalini-leer. Kundalini betekent ‘de opgerolde’. Hiermee wordt een energie aangeduid die vanuit het bekken opstijgt naar de kruin. Deze wordt vaak voorgesteld als twee kronkelende slangen: de energiebanen die langs de ruggengraat lopen. De energie doet op haar reis vanuit het bekken naar de kruin zeven energiecentra in ons lichaam aan. Deze centra worden chakra’s genoemd, Sanskriet voor ‘wiel’, draaikolk van energie. Het bekken wordt gezien als het centrum van de vrouwelijke energie. De kruin als het centrum van de mannelijke energie. De mannelijke energie is niet heel zonder de vrouwelijke energie en de vrouwelijke is niet compleet zonder de mannelijke energie. De reis van bekken naar kruin is dus een reis naar heelwording.

Zeven zegels
Laten we een aantal voorbeelden uit de Bijbel bekijken waarin we dit proces van de opstijgende energie, soms enigszins versluierd, terugzien. In het boek Openbaring (5-8) wordt een boekrol met zeven zegels één voor één geopend. De boekrol is een metafoor voor de wervelkolom met zeven chakra’s die worden geactiveerd tijdens een spiritueel ontwakingsproces. We zien een climax bij het zevende zegel, de laatste stap. Op dat moment wordt de tempel van God in de hemel geopend en de ark van zijn verbond zichtbaar in zijn tempel (Openbaring 11:19).

In de volgende verzen van dit Bijbelboek zien we een ander beeld voor de verlichte mens. Er verscheen een groot teken in de hemel. Een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. De zon staat voor het mannelijke en voor omhuld en vervuld zijn met licht, de dag. De maan symboliseert het vrouwelijke en het donker, de nacht. De maan onder de voeten betekent het overwinnen van de duisternis én van het duale. Het mannelijke en vrouwelijke, aardse en hemelse zijn samengebracht, bestaan in eenheid met elkaar. De kroon staat symbool voor het geopende kruinchakra, met het getal twaalf als teken van spirituele volheid.

Het heilig huwelijk
Ook in het verhaal van het joodse meisje Ester (Ishtar, brengster van levenskracht in het oude Babylonië, de kundalini energie, het vrouwelijke) en koning Ahasveros (het mannelijke), die woont in de burcht met de naam Susan (Hebreeuws: lelie, lotus in de oosterse wijsheidsleren, een verwijzing naar het proces van heelwording) zien we het ‘opstijgen’ van de kundalini. Ester krijgt een ‘behandeling’ van twaalf maanden. Dit symboliseert het zuiveringsproces, dat tijd kost en spirituele volheid representeert.

Vóór het heilig huwelijk kan plaatsvinden tussen het mannelijke en het vrouwelijke moeten twee wachters, Bigthan en Theres, eindigen aan de galg om een aanslag op de koning te voorkomen. Deze twee houden op te bestaan. Ze staan voor de twee energiebanen, die één worden op het hoogste punt van de wervelkolom. De wervelkolom wordt vaker vergeleken met een staf, boom of galg. En soms ook afgebeeld door een trap met zeven treden, een jurk met zeven stroken of een hoge hoed of mijter.

Het mosterdzaadje
In de gelijkenis van het mosterdzaadje verandert het zaadje in een boom ‘zodat de vogels in de lucht een nest komen maken in zijn takken’ (Matt. 13:31-32). Het kleine zaadje verbeeldt de slapende kundalini energie in het bekken van de aarde. Deze groeit uit tot een boom, de wervelkolom, waarlangs de energie verticaal omhoog reist. De boom symboliseert ook de Boom des Levens, het voltooide kundalini proces. De vogels drukken het geestelijke uit, (hemelse) gedachten. Ze nestelen in de kruin. Een plek om tot rust te komen en een nest te bouwen. Daar zullen de kleine vogels worden geboren. Het is dus een vruchtbare plek.

Zeven demonen
Bij Maria Magdalena worden ‘zeven demonen’ uitgedreven. Dit verwijst naar de zeven energiecentra die gezuiverd worden. Waar Maria Magdalena lang is afgeschilderd als een boetwaardige zondares, dringt langzaam door hoe bijzonder zij was. Zij staat symbool voor het vrouwelijke gezuiverde. Naast Jezus, symbool voor het mannelijke gezuiverde, de enige in de Bijbel waarvan expliciet omschreven is dat ze alle stadia tot verlichting heeft doorlopen.

Het koninkrijk van God in ons
In de Bijbel staan nog talloze andere verwijzingen naar het opstijgen van de kundalini energie. Je zou deze in onze westerse termen kunnen vertalen met heilige geest(kracht). De kracht van de heilige geest. Een belangrijke en misschien wel Jezus centrale boodschap is, dat we het koninkrijk van God kunnen verwezenlijken door in onszelf te zoeken. Het koninkrijk bevindt zich volgens Lucas 17: 20-21 niet ‘hier of daar’, maar in ons. Via onze kruin, bij het zevende chakra die ligt ter hoogte van de pijnappelklier, kunnen wij als mens verbonden zijn met onze oerbron, het alwetende, de plek waar wij als ziel vandaan kwamen voor we op aarde waren en weer heen gaan als we sterven. Dit wordt in het Oosten wel de zetel van het koninkrijk van God genoemd. Jeruzalem, de plaats waar Jezus heen reist, dat in het Hebreeuws ‘plaats van vrede’ betekent.

Meer weten?
Wil je meer weten over dit onderwerp, verdiep je dan eens in de boeken van Paramahansa Yogananda, Johan Pameijer, Anne-Marie Wegh, Rudolf Steiner, Hans Stolp, Marcel Messing en Charles Fillmore.