Het geheim van het Christendom

Alleen kenbaar via het hart
Het klinkt als een spannend boek: het geheim van het christendom… Dit geheim heeft mij de afgelopen jaren behoorlijk bezig gehouden. Toen ik religieuze ervaringen kreeg, leek het me onmisbaar om meer over het christendom te weten te komen. Naarmate ik langer zocht, leek het er steeds meer op dat het ware geheim niet met het hoofd gekend kan worden, maar alleen met het hart. Zocht ik naar iets dat diep in mezelf verborgen lag? Hieronder komen twee schrijvers aan het woord over dit ‘geheim’.

Goddelijke energie
“Het geheim van het christendom is niet zijn leer, maar zijn praxis” schrijft Marcel Messing in zijn boek De weg der Katharen. Met praxis bedoelt Messing niet de bouwmarkt uiteraard, maar een ervaringsweg. Geen boekenwijsheid, maar voelen. Messing gaat ervan uit dat iedereen kan kiezen voor een verandering, waardoor goddelijke energie door jezelf heen kan stromen. Door de christusenergie, die voor Messing gelijk staat aan de licht- en liefdeskracht in het universum, kan het goddelijke bewustzijn weer op aarde klinken. Dit kan alleen als je afscheid neemt van je oude geconditioneerde bewustzijn en een nieuw bewustzijn laat ontwaken.

Licht en liefde
Geen dogma’s volgen dus, maar licht en liefde in jezelf laten stromen. Deze weg van ratio naar hart bleek ook het pad dat centraal staat in o.a. het Boeddhisme, bij de Egyptische godsdienst, bij Zarathoestra en Mani, in de filosofie van Pythagoras en Plato en bij de Alexandrijnse School van bijvoorbeeld Balisides en Valentinus. Een weg die geen discussie behoeft, omdat de waarheid door de ‘leerling van het licht’ wordt ervaren. De absolute voorwaarde voor het ervaren van dit licht, dat symbool staat voor God, is volgens Messing de reiniging van het hart, ‘de kribbe’, waarin ons nieuwe bewustzijn kan worden geboren.

Blinde wegwijzers
In de Bijbel spreekt Jezus in niet mis te verstane woorden over deze noodzakelijke religieuze koerswijziging tegen de toenmalige kerkelijk leiders. In Matteüs 23 noemt Jezus de schriftgeleerden en Farizeeën ‘blinde wegwijzers‘, die mensen die op zoek zijn naar God naar de hel leiden. Hij hekelt hen niet alleen om hun praalzucht, maar ook omdat ze niet meer weten. Ze ‘reinigen hun beker niet meer’, zegt Jezus, ze zijn witgepleisterde graven, fraai van buiten, maar onrein van binnen. Met andere woorden, ze zijn niet meer bezig met zelfinzicht en zelfreiniging, waardoor het goddelijk Licht door ze heen kan stromen, maar houden zich in plaats daarvan alleen bezig met dogma’s en details. Ze ‘muggenziften’.

Het ontwikkelingspad
Het geheim van het christendom is zijn praxis, zegt Marcel Messing, dus het ervaren. Karel Douven deelt deze mening in zijn boek Het christendom op weg naar de 21e eeuw. In deze tijd van grote veranderingen is het aan de mens om zichzelf te ontwikkelen aan de hand van het pad dat Jezus ons voorging, stelt Douven in 1988. Hij ziet dit pad als volgt voor zich:

  1. de geboorte: de mens treedt bewust uit de massaliteit van familie en omgeving en komt tot persoonlijke beleving, hij opent zich voor de hogere werkelijkheid in zichzelf
  2. de doop: de stap tot doorleefde Godservaring, de verbinding met het goddelijke, aangeraakt door de universele Liefde en Waarheid, hij gaat voort onder bewust aanvaarde leiding
  3. de transfiguratie: de christuskracht in de mens doortrekt heel zijn wezen, hij voelt zich opgenomen in het plan van God met de mensen en accepteert steeds dieper zijn opdracht hierin, ook al zal dat wellicht lijden en miskenning met zich meebrengen
  4. de kruisiging: het stadium van uiterste beproeving en zuivering, van vereenzaming en loslaten, met totale vergeving van al degenen die de oorzaak van zijn lijden waren groeit hij tot meesterschap
  5. de opstanding: effectief leiderschap ten dienste van de wereld, waarin iemand het vermogen krijgt tot uitstralend en gemeenschapvormend dienaarschap en dienaarschap aan de wereld.

Van mens naar organisaties
Douven gaat ervan uit dat deze weg voor iedereen open staat die ervoor kiest. Wat zijn werk uniek maakt is dat hij een vertaling maakt naar de organisatie van kerkgenootschappen. Na een fase van geestelijke bewustwording kun je gaan deelnemen aan een broeder- en zustergenootschap en pas daarna kun je een mate van verantwoordelijkheid krijgen om anderen te begeleiden op hun geestelijke pad. Kerkgemeenschappen zouden hun hiërarchie volgens Douven dan ook niet moeten baseren op basis van gezag of macht en ook niet collegiaal, maar als een geordende gemeenschap van broederlijke en zusterlijke hulp, bouwend op wijsheid. Hij ziet dan een nieuw soort ambtsdrager: niet meer een toebedeeld ambt, maar iemand die leidt in de vorm van ‘gidsing in geestelijke groei’. De ‘oudere’ (nu: priester, dominee, predikant of ouderling) is dan de ‘ingewijde in Gods geheimen’, die anderen kan voorgaan, “niet in de eerste plaats in sacramentsbediening of woorddienst, maar allereerst door liefde en wijsheid in hun geestelijke ontwikkeling.”

In ieder mens verborgen
Volgens deze schrijvers ligt het geheim van het christendom in ieder mens verborgen. De christuskracht, ook christusbewustzijn, onvoorwaardelijke liefde of licht genoemd, is een innerlijke bron en dé levenskracht van alle geestelijke groei. Een manier van kijken die iets in mij aanwakkerde. Om me niet meer los te laten.