Niemand houdt van mij!

Ze zit bij haar vader op schoot en schreeuwt het, keihard: “Niemand houdt van mij!”. Haar vader houdt haar beet en zegt dat het niet waar is. Dat er veel mensen zijn die van haar houden. “Dat is niet zo!” roept ze, buiten zichzelf van woede en verdriet. “En ik ben ook lelijk!” klinkt het op dezelfde toon. “Maar je hebt juist een prachtig gezicht, mooie haren! En je krijgt zelfs tekeningen van jongens met hartjes. Van Tim, Noa*”.

Voor haar vader de kans krijgt om verder te gaan roept ze: “Op school zegt iedereen dat ik lelijk ben! Romy zegt tegen iedereen dat ik rare haren heb.”. Haar vader legt uit dat kindjes dat soort dingen soms doen als je een beetje jaloers zijn. “Dat zei mamma ook al! Maar dat is niet zo. Mijn haren zijn gewoon lelijk!” Plotseling gaat haar aandacht terug naar de reden dat ze op schoot zit. Ze was gevallen en het duurde even voor iemand haar te hulp schoot. “Waarom laten jullie mij gewoon liggen!?” gilt ze.

Haar moeder komt erbij en zegt dat het voor haar niet meer duidelijk is wanneer er nu echt iets aan de hand is, omdat haar dochter wel 10 keer op een dag huilt. “Dat heeft totáál geen zin om nu te zeggen, ze hoort dat niet!” zegt de vader. De moeder denkt aan een training van zeker 15 jaar terug. Onderhandelen met lastige mensen: “Als iemand ‘lymbisch’ is (wat wil zeggen in een emotionele toestand), bereiken woorden hem of haar niet. Dan moet je naast iemand gaan staan en ‘meedansen‘”. Ze dansen mee en knuffelen haar nog eens.

“Pff wat een toestand”, zegt moeder wanhopig tegen vader, als hun dochter weer gekalmeerd is en in een andere kamer speelt. “Ondanks al het dagelijkse geknuffel ontstaat deze situatie toch! Het moet wel aan het eten liggen. Ik zei toch dat die zoete toetjes haar laten flippen. En we moeten ook stoppen met het urenlang I-pad kijken. Van die prikkels en straling wordt echt niemand beter!” Vader kijkt haar mistroostig aan. “Dat is het niet joh. Soms is het gewoon allemaal even veel voor zo’n kind. Niet te zwaar aan tillen.”

Niet te zwaar aan tillen… Vroeg in de ochtend peinst de moeder verder. Ze haalt zich de situatie van gisteren nog eens voor de geest. “Wat zou ik tegen een cliënt zeggen? Hoe zou ik het dan aanpakken”, denkt ze. Een mindmap maken. Met de uitspraak “niemand houdt van me” in het midden en alles wat ermee kan samenhangen erom heen. Het kind emotioneel sterker maken. Goed leren ademen om uit een paniekreactie te komen, of er niet in te schieten. Leren mediteren, haar de kracht in zichzelf leren vinden. Leren om boven een situatie uit te stijgen, er van een afstandje naar te kijken.

En ook zou ze de rollen van elk gezinslid bekijken. De onderlinge relaties. Zijn die veilig, is het kind goed gehecht. Spelen er andere dingen binnen het gezin, of er buiten. Zijn er veel nieuwe activiteiten, overprikkeling. Langzaam vallen wat puzzelstukjes in elkaar. Haar moederrol komt ook aan bod. Ondanks het gegil kwam ze inderdaad niet uit de keuken om te helpen. Het was nat buiten en ze had geen schoenen aan. Ook herinnert ze zich hoe haar dochter deze week haar aandacht vroeg, maar moeders een verslag moest afschrijven, een vergadering moest voorbereiden, een college moest volgen en even een luchtje ging scheppen om niet om te vallen door de drukte. Daardoor waren naar bed brengen en voorlezen er een aantal keer bij ingeschoten. En echt gezelliger werd ze er ook niet van.

Pijnlijk. Heel pijnlijk, vond de moeder deze inzichten. Confronterend om haar eigen rol te zien. Het leken goede redenen, maar de gevolgen zijn er. “Het is ook lastig, zoveel ballen in de lucht houden als moeder” zou ze enigszins troostend tegen een cliënt in dezelfde situatie zeggen. “Niet te hard voor jezelf zijn.” Om vervolgens op zoek te gaan naar keuzes. Waar kunnen anderen keuzes gemaakt worden. Hoe kan de harmonie terug keren in dit gezin. Daar horen voeding, leefstijl en ‘apparaten-gebruik’ uiteraard bij. Maar ook houding en gedrag. Tijd maken. En echt aanwezig zijn voor elkaar.

“Pijnlijk”, dacht de moeder. “Ik ga dingen anders doen.” Ze gaat uit bed, ontbijt maken voor de kinderen. Vader draait zich om. Hij slaapt uit, moe van de werkweek. Beneden lachen de kinderen hard.

* Alle namen in dit verhaal zijn verzonnen.

Share this Post