Esoterisch christendom

Hans Stolp schrijft op de site www.esoterischchristendom.nl: “Nu het gangbare, kerkelijke christendom meer en meer de kracht verliest om mensen te inspireren en bij te staan in hun zoektocht naar antwoorden op de vele levensvragen, is er een nieuwe inspiratiebron nodig. Zelf vonden wij die – samen met vele anderen – in het oorspronkelijke, eeuwenoude esoterische christendom.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling waren de inzichten van deze stroming nog overal bekend. Maar toen de Romeinse keizer in de vierde eeuw het christendom erkende (313 n. Chr.) en later tot staatsgodsdienst verhief (393 n. Chr.), hield dat in dat alleen het kerkelijke christendom geaccepteerd werd. Het esoterische christendom werd verboden. Sindsdien werden de inzichten van het esoterische christendom alleen nog in het geheim doorgegeven.

In het begin van de 20e eeuw was het Rudolf Steiner die deze inzichten op een nieuwe manier onder woorden en naar buiten bracht, aangepast aan de manier van denken van de moderne mens. In onze tijd vinden steeds meer mensen in deze inzichten de bezieling en inspiratie waar zij naar op zoek zijn.”

Hieronder krijg je een kijkje in de keuken van het esoterisch christendom. Een korte omschrijving en hoe diverse wetenschappers er tegen aan kijken. Wat is het en waarom lijkt het beter aan te sluiten bij onze huidige tijdgeest dan het christendom dat veel mensen de afgelopen jaren de rug hebben toegekeerd?

Het christendom is ontstaan door navolging van de leringen van Jezus Christus. In het esoterisch christendom is een belangrijke plek weggelegd voor gnostiek, gnosis, kennis van het hart, intuïtieve kennis. Ook genoemd: universele innerlijke kennis. Gnosis is niet typisch Westers, maar komt in alle wereldreligies naar voren. Het woord esoterisch staat, net als gnosis, voor ‘van binnen ervaren’ of beleefd. In tegenstelling tot exoterisch, dat gaat over de structuur, formaliteiten en de regelkant. Het exoterisch christendom vinden we vooral in de hedendaagse kerken.

Je kan op verschillende manieren een innerlijke weg gaan, die wel wordt omschreven als de weg naar het Licht, de weg der sterren, de innerlijke roos laten ontluiken of de herverbinding met het goddelijke. Daarbij speelt het ontvangen van de christusimpuls, de Logos of de Christus een centrale rol. In toenemende mate zien wetenschappers die zich bezig houden met deze materie naast een historische lijn ook een innerlijke weg.

Dr. Rudolf Steiner stelt dat steeds hetzelfde wezen verscheen als de “Christus-zon”. Al ver voor Christus werd het lichtfeest gevierd bij natuurvolken, de overwinning van het licht op het duister. De God van het Licht had steeds een andere benaming. Zoals in de mythe van Mithras, als de ‘sol invictus’, de onoverwinnelijke zon. De zonnewende van (iets voor) 25 december, wanneer een nieuwe ster verrijst in lijn met de drie sterren in het Oosten en de dagen weer langer worden. Verder zie je in de Egyptische mythe van Isis en Osiris deze cyclische verschijnselen van de natuur, waaronder ook de herrijzenis uit de dood, als vergelijking voor de overwinning van de dag op de nacht, de lente op de winter, etc. De geboorte van Jezus op de donkerste dag van het jaar, letterlijk als lichtpunt, figuurlijk als de start van een groeipad dat begint met het ontvangen van het licht dat aanzet tot innerlijke groei.

Het gaat in het esoterisch christendom vooral om een verandering in de persoonlijkheid, in de ziel, die ieder mens kan ondergaan die zich daarvoor openstelt en voor wil inzetten. Je kan het verhaal van de doop in de Jordaan als een volgende kentering in het leven zien. De doop door Johannes is een scharnierpunt in het leven van Jezus, waarin de in Jezus aanwezige ziel plaatsmaakt voor een andere ziel, die van de Christus, waarna een volledige persoonsverandering plaats vindt en een nieuwe levensopdracht wordt uitgevoerd. Hierover vertelt ook hoogleraar dr. Gilles Quispel in het boek Valentinus de gnosticus, waar hij Valentinus citeert (p. 18): “Jezus stierf toen de Geest hem verliet, welke in de Jordaan op hem was nedergedaald.” Volgens Quispel maakte Valentinus onderscheid tussen Jezus, een lichaam dat geboren werd en de Logos, die zich met hem verbond.

Ook door andere auteurs, waaronder Campbell, Jung en Knoop, wordt deze verandering beschouwd als een fase die ieder individu kan doormaken in persoonlijke ontwikkeling. Dr. John van Schaik zegt hierover in Het beeld van Jezus Christus door de eeuwen heen (p. 64): “ Door een weg van inzicht te gaan met betrekking tot zijn eigen natuur, die hij vanuit zijn oorsprong kan leren begrijpen neemt hij een centrale plaats in in het verlossingswerk.” En: “door in zichzelf dankzij de krachten van het goede het boze beginnen te verlossen van zijn dwingende natuur, verlost hij uiteindelijk alles wat in de schepping nog ingebonden is in de krachten van de Duisternis.” Van hieruit ziet Van Schaik een ontwikkeling naar een nieuwe kosmos van wijsheid en liefde. Jezus wekt daarmee volgens Van Schaik de ‘Lichtnous’, het onderscheidingsvermogen. Van Schaik trekt een parallel tussen het scheppingsverhaal, de Hof van Eden, en de Lichtvonk in de mens, waarbij de hoogste zuiverheid geofferd wordt om als mens te ontdekken, te groeien en het goddelijke in zichzelf te hervinden. Dit zijn ook de stappen die herkend kunnen worden in de bijbel: het wandelen met de discipelen (het ontdekken van de eigen krachten), het avondmaal en de kruisiging (het voeden en het zuiveren van onreinheden), Pasen, de opstanding (een wedergeboorte, een nieuw leven) en Pinksteren (je spreekt een nieuwe taal, van liefde).

Over een wederkomst haalt Van Schaik Spangler aan (p.124), die net als Steiner (in onder andere Het leven van Jezus en Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam) meent dat de wederkomst in een andere vorm dan als persoon zal plaatsvinden. De wederkomst is een innerlijke verandering, die wordt ingeleid door de werkzaamheid van de Christusenergie. Spangler vraagt zich af of de mensen Christus dan zullen herkennen en Steiner zegt (Hoe werken de engelen p. 62-63): Christus wordt gevonden door een mens die zichzelf tot doel stelt zoveel mogelijk zelfkennis op te doen als voor jou als individuele menselijke persoon mogelijk is. Deze persoon zal vervolgens erkennen dat hij zijn doel niet kan bereiken. Hij ervaart dan onmacht. Als dit onmacht beleven krachtig genoeg is, dan komt volgens Steiner het omslagpunt: “als we ons niet alleen aan de krachten van het lichaam overgeven, maar ons overgeven aan dat wat de geest ons geeft, dan kunnen we de innerlijke zieledood overwinnen. Wij kunnen onze ziel weer terugvinden en met de geest verbinden.” We ervaren dan volgens Steiner iets in onze ziel dat te allen tijde in het eigen innerlijke beleven een opstanding kan doormaken. We vinden in onze eigen ziel de Christus.

In drs. Jacob Slavenburgs boek Het Thomas-Evangelie, p. 33 zegt Jezus het zelf treffend: “Laat hij die zoekt niet ophouden met zoeken, totdat hij vindt en als hij vindt dan zal hij verontrust worden en als hij verontrust is zal hij zich verwonderen en hij zal over het Al heersen.” Het openstaan voor de Christusimpuls heeft dus alles te maken met zelfkennis: “Maar als jullie jezelf niet kennen, dan zullen jullie in armoede zijn, dan zijn jullie de armoede.”.  Zoals de ‘weg van Hermes’ kan worden gegaan, zo krijgt de goddelijke Logos (in het esoterisch christendom aangeduid met Christus) gestalte in de mens (Van Ankh tot Hermes nr 300 p 84).

Er bestaat ook een parallel tussen zelfkennis en kennis over ‘de wereld’. Jezus zegt hierover namelijk in Logos 56 volgens het Evangelie van Thomas (Quispel p. 195): “wie de wereld heeft leren kennen, heeft een lijk gevonden en wie een lijk heeft gevonden is de wereld te boven gekomen.” In deze tekst wordt de parallel zichtbaar. Wie kennis heeft van de wereld en zichzelf en erkent dat er slechte kanten aan zitten, kan daar iets mee, is bewust geworden en is daarmee die waarheid (de wereld) de baas geworden.

In de documentaire ‘Jezus zoon van God’ deel 1 en 2 wordt ingezoomd op de verschillende manieren waarop naar Jezus kan worden gekeken. Of: hoe de kerk het beeld van Jezus als Christus, zoon van God, heeft willen neerzetten. De documentaire Zeitgeist (YouTube) laat ditzelfde beeld zien, van een instituut dat een waarheid schept. Daarin worden parallellen getrokken tussen enerzijds de nieuwe werkelijkheid door de kerk ten aanzien van de institutionalisering van de verkondiging van Jezus Christus, zijn goddelijkheid en zijn geboorte uit een maagd en anderzijds en hoe wereldleiders de wereld besturen, waarbij de leugen, macht en geld regeert.

In zijn boek Esoterisch christendom schetst dr. Rudolf Steiner (p. 80-81) een ontwikkeling in de geestelijke gewaarwording van de mens en zijn verbondenheid met het goddelijke. Steiner onderscheidt fasen voor en na Abraham, Mozes en Salomo, waarin de mens steeds minder verbonden raakt met de geestelijke wereld. Aan het begin van onze jaartelling moest het goddelijke volgens Steiner een menselijke gestalte aannemen, omdat het, door de materiële kijk op de wereld van de mens, niet meer geestelijk waarneembaar was. Steiner stelt: “we mogen Christus niet anders onderscheiden van Jahweh, dan zoals we het zonlicht dat wordt terug gestraald door de maan onderscheiden van het directe zonlicht.”. De komst van Christus hij ziet als een historische gebeurtenis en een energetische verandering in onze kosmos, die het voor de mens weer mogelijk heeft gemaakt om direct, vanuit het hart, in contact te treden met het goddelijke. De mens zal volgens Steiner de komende duizenden jaren weer steeds in directer contact treden met het goddelijke (zoals bij Salomo, Mozes, Abraham). En iedereen kan daar zelf aan werken, door innerlijk leiderschap te ontwikkelen.

Het esoterisch christendom ziet een plaats weggelegd voor alle religies die zich feitelijk met één entiteit verbinden, de hoogste, onuitsprekelijke, ondefinieerbare alles omvattende, het Al. Zij gaat ervan uit dat de weg tot deze ene grote kracht te vinden is via de christumimpuls, waarna ieders ontwikkeling, ontdekking en zuivering op zijn en haar eigen unieke manier begint.

Share this Post