Mystiek

Mystiek (van het Griekse μυστικόςmystikos, ‘geheimzinnig’) betreft het hartstochtelijk streven naar een persoonlijke vereniging van de ziel met God. De term mystiek verwijst ook naar de achterliggende leer over kennis en persoonlijke ervaringen van toestanden van bewustzijn voorbij de normale menselijke perceptie.

Hoewel de mystieke ervaring van een persoon in details en intensiteit kan verschillen worden er meestal dezelfde, algemene kenmerken beschreven:

  • In de mystieke ervaring verdwijnt alle ‘andersheid’ en wordt de wereld als een geheel ervaren; de mysticus probeert zich te verenigen met het transcendente.
  • De mysticus komt tot de realisatie dat zijn/haar eigen subjectieve werkelijkheid niet afzonderlijk van de object-gerichte werkelijkheid kan bestaan.

Er bestaan natuurlijke en religieuze mystieke ervaringen. Natuurlijke mystieke ervaringen zijn bijvoorbeeld het gevoel dat ervaren wordt één te zijn met de natuur tijdens een lange boswandeling. Dit soort ervaringen zijn van een geheel andere aard dan de religieuze mystieke ervaringen, vooral omdat ze passief zijn. Meestal ‘overkomt’ het iemand zonder dat deze de ervaring actief nastreeft. Natuurlijke mystieke ervaringen worden niet als religieuze ervaringen beschouwd omdat ze niet met een bepaalde traditie verbonden zijn. Het zijn uiteraard wel spirituele ervaringen die een diepgaande invloed op het individu kunnen hebben.

Religieuze mystieke ervaringen zijn vaak meer actief dan de passieve natuurlijke ervaring. De mystieke ervaring kan worden opgeroepen middels het hierboven genoemde gebed, contemplatie of meditatie. Verder kan volgens sommigen een mystieke ervaring worden beleefd bij het gebruik van psychedelische drugs, zoals LSD of paddo’s. In veel niet-westerse culturen was (en is) gebruik van dit soort middelen een belangrijk onderdeel van de religie.

Door auteurs als Campbell, Van Schaik en Jung wordt deze verandering beschouwd als een fase die ieder individu kan doormaken in persoonlijke ontwikkeling. Van Schaik zegt hierover in Het beeld van Jezus Christus door de eeuwen heen (p. 64): “ Door een weg van inzicht te gaan met betrekking tot zijn eigen natuur, die hij vanuit zijn oorsprong kan leren begrijpen neemt hij een centrale plaats in in het verlossingswerk.” En: “door in zichzelf dankzij de krachten van het goede het boze beginnen te verlossen van zijn dwingende natuur, verlost hij uiteindelijk alles wat in de schepping nog ingebonden is in de krachten van de Duisternis.” Van hieruit ziet Van Schaik een ontwikkeling naar een nieuwe kosmos van wijsheid en liefde. Jezus wekt daarmee volgens Van Schaik de ‘Lichtnous’, het onderscheidingsvermogen. Van Schaik trekt bovendien een parallel tussen het scheppingsverhaal, de Hof van Eden, en de Lichtvonk in de mens, waarbij de hoogste zuiverheid geofferd wordt. Zoals ik Eckhart begrepen heb ziet hij Jezus niet als een tussenschakel, die iets doet waardoor men onderscheidingsvermogen krijgt of verandert, maar zijn de godsgeboorte en Jezus dezelfde. Je hoeft er volgens Eckhart ook niks voor te doen, zelfs juist niks voor te doen en er wordt niks geofferd, maar door ontvankelijk te zijn sta je in de goddelijke werkelijkheid zoals die is. Eckhart heeft het niet over wat goed of slecht is, of over welke geestelijke weg je volgt. Er is geen weg of wijze. Waar het volgens hem om gaat is over de eenheid. Er is geen god waar je met veel moeite bij kan komen. Door veel met jezelf bezig te zijn, al is het om te groeien, ben je niet of minder ontvankelijk. De geboorte is altijd in de grond aanwezig. Je hoeft niet ergens naartoe want het is er al. De vraag is wel of je kan groeien in ontvankelijkheid. Ik denk het wel.

Zoals Nietzsche denk ik terecht opmerkt zit er dus een spanningsveld tussen het Bijbelse ‘ooit komt de verlosser terug’ en een constante stroom van Christusaanwezigheid, godsgeboorte of goddelijke kern in de ziel. Inmiddels wordt veel vaker aangenomen dat, in tegenspraak met de Bijbel, een wederkomst niet plaatsvindt in de vorm van een persoon. Ik weet nog dat dat voor mij een drempel was die ik echt heb moeten nemen. Na vanaf mijn jeugd geïndoctrineerd te zijn met letterlijke Bijbelinterpretatie. Over een wederkomst haalt Van Schaik Spangler aan (p.124), die net als Steiner (in onder andere Het leven van Jezus en Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam) stelt dat de wederkomst in een andere vorm dan als persoon zal plaatsvinden. Daarbij vraagt Spangler zich af of de mensen Christus dan zullen herkennen. Steiner stelt hierover (Hoe werken de engelen p. 62-63) dat Christus wordt gevonden door een mens die zichzelf tot doel stelt zoveel mogelijk zelfkennis op te doen als voor jou als individuele menselijke persoon mogelijk is. Deze persoon zal vervolgens erkennen dat hij zijn doel niet kan bereiken. Hij ervaart dan onmacht. Als dit onmacht beleven krachtig genoeg is, dan komt volgens Steiner het omslagpunt: “als we ons niet alleen aan de krachten van het lichaam overgeven, maar ons overgeven aan dat wat de geest ons geeft, dan kunnen we de innerlijke zieledood overwinnen. Wij kunnen onze ziel weer terugvinden en met de geest verbinden.” We ervaren dan volgens Steiner iets in onze ziel dat te allen tijde in het eigen innerlijke beleven een opstanding kan doormaken. We vinden in onze eigen ziel de Christus.

Maar het is ook boeiend om te kijken over ‘welke Bijbel’ we het eigenlijk hebben. De bijbel die voor het concilie van Nicea in 325 na Chr. bestond bevatte nog de esoterische delen, die met de vondst van de Nag Hamadi geschriften weer zijn hervonden. In de esoterische delen wordt wel over een zoektocht en over de heerschappij van het Al gesproken. Wat ik vertaal met het verbonden zijn met het goddelijke en een gelijkheid aan God en een eenheid met God. Ofwel, conform Slavenburg (Het Thomas-Evangelie, p. 33): Jezus zei: Laat hij die zoekt niet ophouden met zoeken, totdat hij vindt en als hij vindt dan zal hij verontrust worden en als hij verontrust is zal hij zich verwonderen en hij zal over het Al heersen.” Het ervaren van de Christusimpuls heeft naar mijn idee dus wel te maken met zelfkennis. Om in het volgende logion te stellen: “Maar als jullie jezelf niet kennen, dan zullen jullie in armoede zijn, dan zijn jullie de armoede.”.  Zoals de ‘weg van Hermes’ kan worden gegaan, zo krijgt de goddelijke Logos (in het esoterisch Christendom aangeduid met Christus) gestalte in de mens (Van Ankh tot Hermes nr 300 p 84).

De volgende parallel tussen zelfkennis en kennis over ‘de wereld’ vind ik bijzonder interessant, onder andere vanwege mijn voormalige politieke werk. Jezus zegt hierover namelijk in Logion 56 volgens het Evangelie van Thomas (Quispel p. 195): “wie de wereld heeft leren kennen, heeft een lijk gevonden en wie een lijk heeft gevonden is de wereld te boven gekomen.” In deze tekst wordt de parallel zichtbaar. Wie kennis heeft van de wereld (zijn eigen natuur, het mens zijn) en erkent dat er een slechte kant aan zit, die is de wereld de baas geworden, zo vertaal ik het even vrij. In de documentaire Jezus zoon van God 1 en 2 wordt ook ingezoomd op de verschillende manieren waarop naar Jezus kan worden gekeken. Maar dan meer hoe de kerk het beeld van Jezus als Christus, zoon van God, heeft willen neerzetten. De documentaire Zeitgeist (YouTube), laat ditzelfde beeld zien, van een instituut dat een waarheid schept.  Daarin worden parallellen getrokken tussen enerzijds de nieuwe werkelijkheid door de kerk ten aanzien van de institutionalisering van de verkondiging van Jezus Christus, zijn goddelijkheid en zijn geboorte uit een maagd en anderzijds en hoe wereldleiders en ondernemers de wereld besturen, waarbij leugen, macht en geld regeren.

Eckhart is in mijn beleving radicaal met zijn stelling dat je je geen beeltenis moet vormen van God en dat er geen weg is. God is niks en God is alles. Maar ik begrijp hem wel. Want elk beeld en elke weg die in taal wordt uitgedrukt, doet tekort aan wat God is. Wij kunnen dat niet in taal uitdrukken, wij kunnen dat alleen ervaren. In Gesprekken met Jeshua channelt Pamela Kribbe boodschappen vanuit de Christusenergie. Ook dit boek roept beelden op, maar de woorden die het boek vormen geven zoveel gevoel ‘de waarheid’ te raken, dat het tegelijk bemoedigend is. Daarin zegt Jeshua (p. 142): “Het is niet jouw opdracht om de wereld te verbeteren. Het is jouw opdracht om jezelf te vinden. En ja, de wereld zal daar beter van worden, want je licht zal dan schijnen op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier. Maar je hoeft daar niet voor te ‘werken’, het gebeurt gewoon.” En verder op p. 213 ev.: Op het punt van evolutie waar jullie nu staan, komen jullie tot het besef dat alles staat of valt met het vermogen om werkelijk een IK te durven zijn, werkelijk je eigen kracht en goddelijkheid te omarmen en van hieruit vreugde en overvloed te ervaren. (…) In de fase van ontwaken waarin jullie je nu bevinden, zijn jullie aan het ontdekken dat de oergeborgenheid waarnaar je verlangt, niet te vinden is in een God buiten jezelf, en ook niet in een moeder, een vader een geliefde, kortom in welke relatie dan ook. (…) Want de God in wie jullie geloven, de God die jullie hebben meegekregen van de traditie en die nog zo sterk jullie denken en ervaren vormt, is een God die buiten je staat. (…) Maar die God bestaat niet. Jij bent God, jij bent dat creatieve Godsdeel dat besloten heeft als een IK op weg te gaan en te ervaren, in het vertrouwen dat je in staat zou zijn de oerwond van de geboorte in jezelf te genezen.”

Slavenburg stelt in Een sleutel tot gnosis (p. 35): “De mens dient zich, volgens de gnostici, bewust te worden van Geest, van zijn goddelijk-geestelijke afkomst.” Ik denk dat Eckhart zou zeggen: van zijn goddelijk-geestelijk zijn. Je ont-dekt dit door op een andere manier naar het leven te kijken (fenomenologie). Maar tegelijkertijd is dat ook eng. Want het betekent ook dat ik het zelf moet gaan doen en dat niemand anders het voor mij gaat doen. Ik kan me niet meer achter iemand verschuilen. En dat is een grote verantwoordelijkheid. Elisabeth Kubler-Ross zegt daarover (Over de dood en het leven daarna p. 64): “En hoe beter we erin slagen ons met onze innerlijke entiteit, met ons eigen innerlijk geestelijk deel te verenigen, des te groter wordt de zekerheid dat wij die hulp en leiding ook kunnen ontvangen van deze innerlijke entiteit van ons, die ons alwetende Zelf en ons onsterfelijke deel in onszelf is (…).”, waarna ze over haar mystieke ervaringen vertelt.

Wij weten in mijn beleving nog meer niet dan wel over onze verbinding met het goddelijke en over welk deel van onze ziel in contact staat met het Al, met God, de natuur, liefde, het wetende veld. Maar de (mystieke) weg tot groei staat voor iedereen open.

Share this Post