De beweging van het Rozenkruis

Binnen de gnostieke wijsbegeerte van het Rozenkruis wordt uitgegaan van een proces dat elk mens kan doorlopen om te komen tot volledig bewustzijn. Het woord rozenkruisers is ontleend aan de naam Christian Rosenkreuz. Die naam komt voor in een aantal teksten die tussen 1612 en 1616 werden gepubliceerd. De hoofdpersoon in die teksten is een Christiaan Rosenkreuz die de oprichter zou zijn van een broederschap. Die broederschap zou ten tijde van de eerste gedrukte uitgaven weer een periode van wederopbloei meemaken en de manifesten nodigen dan ook de lezers uit deel uit te gaan maken van die broederschap. De manifesten hadden in met name Midden-Europa nogal wat opwinding tot gevolg. De huidige rozenkruisers gaan uit van een aantal groeifasen in de ontwikkeling van de mens, die onder meer terug te vinden zijn in de bijbel, in gnostieke en hermetische geschriften en in religieuze stromingen als boeddhisme en taoïsme. In grote lijnen ziet de weg er volgens hen als volgt uit.

Het Christus-atoomIeder tijdperk heeft een specifieke invloed en uitwerking op het gemoed van de mens. Er zijn kosmische stralingen die de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn sturen en stuwen. Deze ontwikkelingen bepalen de vermogens en mogelijkheden van de mens in zo’n tijdsperiode. Gedurende het vissentijdperk, de ruim 2000 jaren die achter ons liggen, werd de mens intensief verbonden met de werkzaamheden van het hart. Met als doel de slapende goddelijke Lichtvonk in het hart weer te wekken, zodat deze direct tot het bewustzijn zou kunnen spreken. Deze Lichtvonk, Roos van het hart of Christusatoom genoemd, is het overblijfsel van het oorspronkelijke, goddelijke leven. Als een zaadkorrel draagt het alle mogelijkheden in zich tot volkomen vernieuwing en wacht in de mens tot het moment, waarop deze zich zijn goddelijke afkomst weer gaat herinneren. Door vele ervaringen gerijpt, wordt het hart van deze mens vervuld van verlangen naar het oorspronkelijke goddelijke.

Het verlangen van het hart gaat de ruimte in. Als een wetmatigheid zal het liefdevolle Licht van de Universele Christus reageren en de slapende Lichtvonk wekken. Dit is de start van het proces van zielenontwikkeling dat in de evangeliën wordt beschreven. De Christelijke jaarfeesten zijn hoogtepunten in deze ontwikkeling.

Jaarfeesten als metafoorJaarfeesten zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren, zijn aanduidingen voor bepaalde stappen in bewustwording. In de bijbel is veel gesluierd weergegeven, maar de mens die zoekt, zal de sleutel vinden tot begrip van deze teksten. Wanneer in ons hart de christusimpuls gaat werken gaat er een nieuwe heiligende kracht vanuit. Een nieuw Licht begint zich dan in het hart te openbaren, de geboorte van het Christuskind: Kerstmis. Vanuit ons hart komt het licht in omloop in ons hele wezen en raken we meer en meer vervuld van haar werking. Zo bestaan er ook andere metaforen voor de stadia van groei, zoals ik heb omschreven in mijn artikel Pasen en de groei van de ziel.

De opstanding en hereniging met het hogere. Uiteindelijk voert dit naar het bewust worden en transformeren van minder goede eigenschappen in jezelf. Deze eigenschappen offer je als het ware, de kruisiging. De rozenkruisers noemen dit het óndergaan van de aardse mens en de opstanding van de geest-zielenmens (pasen), de hereniging met de Vader, met de Geest. Door de zelfovergave aan het Licht in ons, wordt de mens geschikt gemaakt voor de werking of indaling van de Heilige Geest, pinksteren. Er wordt in ons een vuur ontstoken dat ons verbindt met universele wijsheid. Wij spreken dan de taal van de zoekers, weliswaar in verschillende talen, maar met één betekenis. Namelijk hoe we kunnen terugkeren naar de oorspronkelijke staat, die van het goddelijke. Dit wordt transfiguratie genoemd.

Share this Post