Wat de materialist mist

De Nederlandse arts en auteur dr. H.C. Moolenburgh bespreekt in zijn boek ‘Is toeval echt toevallig?’ diverse toevalligheden, die eigenlijk té toevallig zijn om toeval te kunnen heten. Er is sprake van betekenisvol toeval. Psychiater dr. C.G. Jung -grondlegger van de analytische psychologie- noemde dit fenomeen ‘synchroniciteit’.

Het opmerken van deze toevalligheden blijkt niet voor iedereen weggelegd. Moolenburgh zegt op p. 17-18: “Op de een of andere manier mist de echte doorgewinterde materialist het vermogen om het mysterie te proeven en verschijnselen te herkennen die, alhoewel ze zich in deze zichtbare wereld afspelen, toch niet tot deze wereld behoren, maar waarschijnlijk tot een hogere dimensie. Het is die hogere wereld of het zijn die hogere werelden die het leven hier met zin vervullen.”

Gevoel hebben voor mysterie komt volgens de Engelse psychiater dr. Maurice Nicoll (in zijn boek ‘Psychological commentaries on the teachings of G.I. Gurdjieff and P.D. Ouspensky’) voort uit het zogeheten magnetisch centrum, dat bij velen in onze tijd volgens hem onwerkzaam is geworden. Volgens Moolenburgh is het woord mysterie op onze universiteiten bijna een vloek geworden, hetgeen de oorzaak is dat zoveel mensen tegenwoordig lijden aan een gevoel van zinloosheid. Veel mensen proberen dit gevoel, dat een bijna alomtegenwoordige mentale ziekte is geworden, te verdoven door o.a. drugs, seks, harde muziek en andere (digitale en werk-) verslavingen. Daardoor krimpt het bewustzijn volgens Moolenburgh nog verder ineen, tot een bijna volslagen geestelijke leegte.

Maar er is hoop. Het magnetisch centrum kan volgens Nicoll en Moolenburgh weer worden geactiveerd, waardoor het mysterie weer kan worden herkend en steeds meer de geheimzinnige aspecten van het eigen leven kunnen worden gezien. Moolenburgh noemt diverse mooie ‘toevalligheden’ uit zijn eigen leven, om zijn hypothese dat er zoiets als betekenisvol toeval bestaat, te onderbouwen. Moolenburgh stelt dat hoe meer oog je ervoor krijgt, hoe meer ze in je leven gaan voorkomen. Je wordt er steeds gevoeliger voor. Hieronder volgen er een aantal.

Moolenburgh was op vakantie in Zuid-Frankrijk, toen hij zich opeens herinnerde dat een oude studievriend van hem hier ergens moest wonen. Ze komen een oudere dame met kleinkind tegen en hij vraagt in gebroken Frans of zij misschien Jan W. kent. Maar natuurlijk roept de vrouw uit, hij en zijn vrouw behoren tot onze beste vrienden! En ze gaf hem adres en telefoonnummer.

Moolenburgh gelooft ook in het beïnvloeden van een situatie door gedachtekracht. Hij ging eens met zijn vrouw op zoek naar herten in de natuur. Ze vonden er geen een. Moolenburgh stelde voor heel ontspannen te gaan wandelen en na te denken en te praten over herten. Na tien minuten bleken ze omgeven door herten.

Op zijn spreekuur had Moolenburgh eens een jongen die stralend vertelde dat hij een sijsje had gezien. Moolenburgh had deze vogel in ruim 80 jaar nog nooit gezien. De volgende dag zei zijn vrouw dat er een onbekend vogeltje in de tuin zat. Volgens de ‘Wat vliegt daar’ was het… een sijsje. Een soortgelijk verhaal deed zich voor toen in tien minuten twee patiënten hem belden over een boek waaruit hij hen twintig jaar terug een plaatje uit een zeldzaam boek had laten zien.

Een andere patiënte van Moolenburgh moest in verband met een mogelijk onderfunctionerende schildklier haar temperatuur een week lang opnemen. Omdat Moolenburgh vijf minuten over had voor het consult pakte hij het boek Exodus erbij. Hij bleek te zijn gebleven bij de kikkerplaag. Even later klopte zijn assistente aan en had op de patiëntenkaart een afbeelding van een kikker geplakt: ‘Dit is de temperatuurlijst van T. een koude kikker. En dit terwijl ik niets voor kikkers voel. De patiënte had ondertemperatuur en daarmee was weer een onderactieve schildklier opgespoord.

Moolenburgh heeft ook onderzoek gedaan naar de uitwerking van de I Tjing, of Boek der Veranderingen, dat een bron van inspiratie is geweest voor vele Chinese denkers in de afgelopen 3000 jaar. Het bestaat uit 64 hexagrammen, die bestaan uit diverse lijnen, die je ‘gooit’ door munten of stokjes te laten vallen. Het verschil tussen boeken als Spreuken uit de Bijbel en het apocriefe boek De wijsheid van Jezus, de zoon van Sirach (Ecclesiasticus), is dat een I Tjing raadpleging een toestand beschijft die op dat ogenblik op jou van toepassing is. Jung noemde dit synchroniciteit, het samenvallen van tijd van verschillende, schijnbaar niet verwante zaken die een verrassende synthese vormen. Moolenburgh gebruikte het in zijn praktijk slechts één keer, om een jong meisje dat meerdere jaren was misbruikt door een muziekleraar en depressief was geworden omdat ze aan zijn gevangenisstraf debet was geweest, te laten zien dat ze onderdeel is van een groter patroon. De interpretatie van de duiding genas haar van haar verleden en ze kon verder met haar leven.

Ook kreeg Moolenburgh op 30 september en 1 oktober 1992 drukproeven van twee heel verschillende voorwoorden die hij in Nederlandse boeken heeft geschreven, terwijl hij dit anders nooit deed, ondanks tientallen jaren actief te zijn als auteur. Tijdens het schrijven van een fictie-boeken voor een patiënte met ALS, ontdekt hij bovendien hoe verhalen zich spontaan ontvouwen. Ook hierin ontwikkelde zich diverse toevalligheden. Eén van de boeken illustreerde hij met een foto van Jeruzalem, waarboven een grote octopus hangt. Wanneer het boek aan de patiënte wordt voorgelezen staat drie dagen later een verhaal in De Telegraaf dat in Jeruzalem joodse instellingen waren gewaarschuwd dat voor de ramen van tal van moslimbewoners een gruwelijke foto hing met een enorme octopus die met zijn tentakels boven Jeruzalem hangt.

Moolenburgh heeft in zijn boek nog vele vele andere voorbeelden van betekenisvol toeval. Zoals de grote filosoof Johan Cruijff ooit zei: je gaat het pas zien als je het door hebt!

Share this Post