Je hart openen

Met kerst wilde ik een stukje schrijven over de kracht van het ongeziene. Dus over wat het oog niet ziet en het oor niet hoort, maar het hart wel kan ervaren. Door mystici ook wel aangeduid als ‘de geboorte van het goddelijke in jezelf’ of met een hedendaags woord: Liefde. De tekst wilde maar niet vlotten, ik wilde misschien te graag. Dus ik dacht: volgende keer beter…

Een paar seconden later viel mijn oog op een mail van Pentagram boekwinkel (www.rozekruispers.com): “De geboorte van het goddelijke in jezelf kan niet worden geforceerd. Je kunt alleen maar de voorwaarden scheppen waardoor die geboorte eens kan plaatsvinden.”

Meteen daarna las ik in een boek dat voor me lag, het ‘Corpus Hermeticum’, een tekst uit de tweede of derde eeuw na Christus: wijsheid kan alleen worden ontvangen door je in stilte open te stellen voor het ongeziene. Dan kunnen licht en liefde in jezelf geboren worden. De verdere bewustwording volgt daarna vanzelf. Ik wist daarna weer wat me te doen stond: mediteren!

Voor de geïnteresseerde lezer de oorspronkelijke tekst van de Hermetische wijsheid:

(Tat:) ‘In de Algemene Beschouwingen, vader, hebt u in raadselen en niet openlijk gesproken, toen u het had over de werking van de Godheid in ons. U hebt mij niets geopenbaard; als reden daarvoor gaf u op: “Niemand kan verlost worden, tenzij hij opnieuw geboren wordt”. Daarop heb ik u, na ons gesprek, bij de afdaling van de berg gesmeekt, mij te vertellen wat wedergeboorte is, omdat dat het enige van alle geheimenissen is, waar ik niets van weet. Toen hebt u mij beloofd: “Als je vervreemd bent van de wereld, zal ik het je toevertrouwen”. Nu ben ik bereid: ik heb mijn ziel vermand en haar bevrijd van de illusie dat de wereld bestaat. Daarom zoudt u moeten aanvullen wat mij nog ontbreekt en mij naar uw belofte onthullen hoe het proces van de wedergeboorte tot stand komt. Of u dat nu uitspreekt of op verborgen wijze mededeelt, maakt niet uit, ik moet het weten: wat was, o driewerf grote, de moederschoot die de Mens ontving, en wat was het sperma dat Hem verwekte?’ 

(Hermes:) ‘Mijn jongen, die schoot was de geestelijke Wijsheid, die zich in stilte hult, en het sperma was het waarlijk goede.’ (Tat:) ‘Vader, daar sta ik versteld van. Wie was het dan, die het sperma in de schoot bracht?’ (Hermes:) ‘Dat was God zelf, jongen, die het zo begeerde.’ (Tat:) ‘En wie of wat was de geborene, vader? Hoe moet wel wezenlijk van mij verschillen.’ (Hermes:) ‘Hij die ontvangen en geboren werd, is inderdaad heel anders dan jij: hij is de Zoon van God en zelf God, alles in allen, de belichaming van alle Machten.’

(Tat:) ‘U spreekt in raadselen, vader, zo praat een vader niet met zijn zoon!’ (Hermes:) ‘Een geheimenis als dit, jongen, is niet met het verstand te leren. God alleen brengt het een mens in herinnering, als Hij het bewust wil maken.’ (…)

Share this Post